Programma 2016 – 2017

Lezingencyclus 2016-2017: Leef – tijd

De Bilthovense Kring is in 1952 begonnen als een kleine wijsgerige lees- en gespreksgroep die in een woning te Bilthoven bijeenkwam. Zoals de toevoeging ‘voor wijsbegeerte en psychologie’ aangaf, lagen in de beginjaren de onderwerpen vaak op het raakvlak van filosofie en psychologie.

In de loop der jaren verruimde zich deze horizon tot alle wetenschappen met een accent op menswetenschappen en vond de programmering steeds meer rond een centraal thema plaats.

Het doel van de Kring is wijsgerige reflectie op culturele en maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij ook aandacht wordt besteed aan ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en technologie en de implicaties daarvan voor de samenleving.

De Kring zet zich in om relevante vragen te formuleren teneinde te komen tot een beter inzicht in en weloverwogen omgang met ontwikkelingen in het eigen leven.

THEMA VAN DE CYCLUS: Leef – tijd, een zoektocht naar beleving, ritme en tijd

We willen komend seizoen nadenken over de tijd. Hoe we de tijd ervaren en wat de tijd met ons doet.

Nadenken over de tijd… is makkelijker gezegd dan gedaan. In het alledaagse spraakgebruik hanteren we het woord tijd probleemloos. Intuïtief weten we waarover we het hebben. Maar o wee! Zodra we het begrip problematiseren. Met Augustinus staan we dan plotsklaps met de mond vol tanden.

Tijd bestaat bij de gratie van ervaring en bewustzijn. Misschien kun je beter zeggen dat tijd de ervaring constitueert. Tijd vindt plaats – in dit werkwoord klinkt mooi het tijdruimtelijke mee zoals dat in de moderne fysica wordt samengetrokken. En in de tijd en met de tijd doen wij ervaring op. Tijd, duur, beweging, ritme, we ervaren ze en ze doen iets met ons.

Tijd wordt zeer verschillend ervaren en het woord tijd wordt in veel variabele betekenissen gebruikt. Laat ik een paar alledaagse zinnen achter elkaar zetten waarin die variëteiten doorklinken: – We beleven roerige tijden. De één laat zich meer dan de ander door de tijdgeest meeslepen. In de nacht van zaterdag op zondag (26/27 maart) werd de klok een uur vooruit gezet. Een uur tijd loste in het niets op.

Het maakt nogal wat uit hoe je de tijd beleeft; of je bijvoorbeeld een jochie bent van een jaar of acht, of nog van vóór de oorlog. Soms vliegt de tijd. Maar een paar minuten stilte kan eindeloos duren. We kunnen uit de tijd worden getild, tijdens de Mattheus of, zoals Ida Gerhardt, dwalend in een Middeleeuws stadje aan de IJssel schrijft:

… en tegelijk was ik volkomen uit de tijd getild…
anderhalf etmaal ben ik omgegaan
– mezelf ontkomen, eindelijk mezelf…

 Zo kun je de ene na de andere zin opschrijven met wisselende betekenissen voor het woord tijd. Maar, zoals gezegd, er grip op krijgen, snappen wat we er precies mee bedoelen, is razend moeilijk. Ter illustratie geef ik het woord aan een hedendaags fysicus en aan een geleerde uit de geesteswetenschappen.

Carlo Rovelli schrijft in een prachtig boekje over de belangrijkste ontwikkelingen in de twintigste-eeuwse natuurkunde: …tijd behoort veeleer tot de statistiek en de thermodynamica … Waarom hebben we het gevoel dat de tijd verstrijkt? Omdat er een nauwe relatie is tussen tijd en warmte. Wat het verstrijken van tijd werkelijk inhoudt, zou de warmtestraling van zwarte gaten mogelijkerwijs kunnen duidelijk maken.’ Norbert Elias probeerde deze definitie: ‘Tijd is het symbool voor een verband dat een groep wezens met het vermogen tot herinnering en synthese legt tussen twee of meer continua van veranderingen, waarvan er één door hen wordt gebruikt als referentiekader of maatstaf om het andere (of de andere) te meten.

Duidelijk? Nee, niet echt. Tijd dus om ons te laten bijlichten.

We zijn op zoek gegaan naar inleiders die vanuit verschillende invalshoeken en disciplines ons, al is het maar zolang als hun voordracht duurt, kunnen verduidelijken hoe zij tijd ervaren.

De invalshoeken die wij kunnen bedenken zijn:

De tijd als beleving in ons innerlijk met een geheel eigen dynamiek en betekenis, de tijd als fysiek verschijnsel in beweging, warmteoverdracht, ritme en duur, en de tijd als een construct dat ordening aanbrengt in een maatschappelijk bestel.

Warrie Schuurman

 

P R O G R A M M A

  1. Maandag 24 oktober 2016

Drs. Henning Zorn

Henning Zorn studeerde drama en (bedrijfs) antropologie. Als consultant heeft hij in verschillende settingen en continenten gewerkt met nogal uiteenlopende doelgroepen, waaronder kinderen, daklozen, bejaarden, expatriate gezinnen, professionals van uiteenlopende couleur, middel- en executive management, en ambtenaren en politici. Geboren en getogen in Duitsland, woont en werkt Henning sinds 1976 in Nederland. Sinds 2004 woont en werkt hij bovendien een bepaalde periode in het jaar vanuit Oaxaca, Mexico.

Tijd en cultuur

Hoe beïnvloeden deze twee elkaar? In het dagelijkse leven hanteren we tijd als iets absoluuts, terwijl het een abstract begrip is. Door het abstracte te ‘verdingen’ is het begrip tijd in feite een reïficatie, immers tijd is niet vast te pakken, maar verloopt. Bovendien weten we sinds Albert Einsteins relativiteitstheorie dat de minuut niet absoluut is, maar door ons georganiseerd. Norbert Elias laat ons zien dat niet alleen in de fysieke wereld tijd afhankelijk is van de positie van de waarnemer, maar dat dit ook geldt voor het sociale veld van de mens. Tijd is een sociaal construct dat een belangrijke bijdrage levert aan het organiseren en coördineren van onze steeds ingewikkelder wordende maatschappijen.

Het begrip tijd en de (vermeende) maakbaarheid van de samenleving – en die van ons eigen leven – gaan hand in hand. Ons menselijk handelen wordt in grote mate bepaald door de subjectief beleefde en/of werkelijke invloed op de eigen toekomst. Voor de één leidt dit tot rusteloosheid, voor de ander tot lusteloosheid. Waar de één mogelijkheden meent te zien, ligt de weg voor de ander vol obstakels. Onze tijdsbeleving staat niet los van het cultureel- maatschappelijke systeem waarin we functioneren. De lezing gaat in op de relatie van tijd en interne / externe controle.

  1. Maandag 14 november 2016

Prof. Dr. Gerard t Hooft

Gerard ’t Hooft studeerde wis- en natuurkunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde daar in 1972. Al vóór de promotie publiceerde hij met zijn promotor Martin Veltman baanbrekende artikelen over deeltjesfysica. In 1999 kregen beide wetenschappers de Nobelprijs voor de natuurkunde. Sinds 1977 is hij hoogleraar Theoretische Natuurkunde in Utrecht en sinds de oprichting in 1998 verbonden aan het Spinoza Instituut. In 2011 publiceerde hij met Stefan Vandoren ‘Tijd in machten van tien. Natuurverschijnselen en hun tijdschalen.’

Tijd in de natuurwetenschappen

Voor de beschrijving van natuurverschijnselen is de tijdsvolgorde een noodzakelijk gegeven om het oorzakelijk verband tussen de verschijnselen te kunnen bestuderen.

Tijd is kwantitatief nauwkeurig te definiëren, en buitengewoon nauwkeurig te meten.

Het tijdsverloop tussen gebeurtenissen in de natuur kan enorm variëren: van onvoorstelbaar kleine fracties van een seconde tot al even moeilijk voorstelbare eeuwigheden die vele malen langer kunnen duren dan de huidige leeftijd van het heelal.

Sommige natuurwetten blijken niet te veranderen als je de tijdsrichting omkeert; een belangrijk gegeven met al even belangrijke uitzonderingen.

In Einsteins relativiteitstheorie speelt de tijd een essentiële rol; de snelheid waarmee de tijd verloopt is daarin relatief. En wat gebeurt er met het begrip ‘tijd’ in een zwart gat?

  1. Maandag 12 december 2016

Prof. dr. Paul van Tongeren

Paul van Tongeren studeerde theologie en filosofie in Utrecht en Leuven. Hij is emeritus hoogleraar van de Universiteiten van Nijmegen en Leuven. In 2013 won hij de Socrates-wisselbeker voor het boek ‘Leven is een kunst’.

Andere recente publicaties zijn: ‘Dankbaar. Denken over danken na de dood van God’

(Klement 2015) en ‘Nietzsche’ (Amsterdam University Press 2016).

Zie voorts: www.paulvantongeren.nl

Lijden aan het verstrijken van de tijd

‘Tijd’ is niet alleen een begrip uit de natuurkunde, maar het is ook een existentiële categorie. Het verschil ervaren we als we zien dat de tijd, die natuurkundig altijd even snel gaat, voor ons gevoel soms veel te snel en dan weer veel te langzaam gaat.

Een van de opgaven van menselijk leven is om ‘bij de tijd’ te zijn. Dat is niet gemakkelijk omdat mensen nu eenmaal altijd nog in het verleden leven of alreeds in de toekomst.

Er is – bijvoorbeeld met de filosoof Søren Kierkegaard – een hele pathologie te beschrijven van manieren waarop we kunnen lijden aan het verstrijken van de tijd. Is er ook een manier om van dat lijden te genezen? Kunnen we op een ‘gezonde’ of ‘gelukkige’ manier met de tijd omgaan?

Voor een antwoord op die vraag moeten we stilstaan bij wat tijd (als existentiële categorie) eigenlijk is. En daar begint het probleem al: hoe doe je dat, stil staan bij iets wat niet stil staat?

  1. Maandag 9 januari 2017

Dialoogavond

Het bestuur nodigt alle belangstellenden uit om te brainstormen over het thema van de lezingencyclus in 2017-2018.

Deze avond is open voor alle mensen die de lezingen bezoeken. Tijdens de onderlinge gesprekken ontstaan de contouren voor het nieuwe jaarthema. Kleine groepen van vijf tot zes personen gaan rond een tafel met elkaar in gesprek over de onderwerpen die hen bezighouden en die ze graag besproken zouden zien in de volgende lezingencyclus.

(Deelname aan de dialoogavond is gratis.)

  1. Maandag 23 januari 2017

Prof. dr. Maarten van Buuren

Maarten van Buuren studeerde Frans en Nederlands aan de Universiteit Groningen. In 1992 behaalde hij in beide vakken zijn doctoraal. Daarna was hij twee jaar leraar Nederlands aan het Oosterlicht College te Utrecht. In 1986 promoveerde hij aan het Instituut van Algemene Literatuurwetenschappen in Nijmegen. Sinds 1988 is hij hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek bestrijkt het brede terrein van de Westerse literatuur, in het bijzonder de Franse letterkunde. De laatste jaren publiceert hij ook over autobiografie: ‘Kikker gaat fietsen!’ (een verslag van zijn depressie), over microgeschiedenis en filosofie, onder andere de publicatie: ‘Een ruimte voor de ziel’ en zijn meest recente en succesvolle publicatie: ‘Spinoza. Vijf wegen naar de vrijheid.’

Tijd en zijn

‘Tijd bestaat niet’, zegt Augustinus in zijn Belijdenissen. ‘Toch heb ik herinneringen aan mijn jeugd en maak ik plannen voor de toekomst’. Verleden en toekomst zijn volgens Augustinus voorstellingen van de geest. Tijd is een dimensie van de geest of, zoals Augustinus het uitdrukt, een distentio animi, een uitrekking of uitstrekking van de geest. Het is de geest die het heden in drie richtingen uitrekt: het heden van het verleden (geheugen), het heden van de toekomst (verwachtingen) en het heden van het heden (waarneming). ‘De ziel schept tijden die elders niet aanwezig zijn’, zo vat Augustinus zijn visie samen.

De fenomenologie bouwde voort op de principes die Augustinus anderhalf duizend jaar geleden formuleerde. Edmund Husserl, de grondlegger van de fenomenologie, schreef beschouwingen over tijd die na zijn dood werden verzameld en uitgegeven door Martin Heidegger onder de titel Phänomenologie des inneren Zeitbewusstseins. In deze teksten gaat Husserl er, net als Augustinus, van uit dat tijd een bewustzijnsverschijnsel is, waarmee hij bedoelt dat het bewustzijn een dimensie schept die in de werkelijkheid niet bestaat.

Heidegger ging een beslissende stap verder dan zijn leermeester Husserl. Volgens Heidegger is tijd niet alleen de dimensie waarin ons bewustzijn zich ontplooit, maar ons Zijn. Vandaar de titel van zijn belangrijkste studie: Sein und Zeit, waarbij het ‘und’ tussen Sein en Zeit moet worden begrepen als een is gelijk teken: Sein = Zeit.

Zijn is volgens Heidegger de mate waarin de geest in staat is zich uit te strekken of uit te plooien in de Tijd/Zijn-dimensie. Elk zijnde ‘ontwerpt’ zich in de Tijd/Zijn en verwerft zich daarmee een ‘wereld’. ‘Zijn’ is voor Heidegger niet een kwestie van zijn of niet zijn, to be or not to be, leven of dood. ‘Zijn’ is de meer of minder grote energie waarmee wij ons ontplooien in de Tijd/Zijn en zodoende een meer of minder grote ‘wereld’, scheppen. Vandaar dat Heidegger het niet eenvoudig heeft over ‘zijn’, maar over ‘In-der-Welt-sein’.

Daarmee is de fundamentele relatie tussen tijd en leven gesteld. Ik zal deze relatie illustreren door mijn ervaringen met depressie. Depressie, weet ik helaas maar al te goed, is de geleidelijke vernietiging van de mogelijkheid zich te ontplooien in de Tijd en in het Zijn. Via dit negatief wil ik benadrukken hoe nauw de relatie is tussen Tijd en Zijn, een relatie waarvan we ons normaal niet bewust zijn, tot het moment waarop de bodem van Tijd en Zijn opeens onder ons bestaan is wegvallen.

  1. Maandag 20 februari 2017

Prof. dr. Wouter van Beek

Wouter van Beek studeerde culturele antropologie in Utrecht en doceerde daar ook het grootste deel van zijn academische leven. Hij werkte tevens als onderzoeker aan het Afrika Studiecentrum Leiden, en was hoogleraar Antropologie van de Religie in Tilburg. In Kameroen en Mali verrichtte hij intensief antropologisch veldwerk onder resp. de Kapsiki/Higi en de Dogon, over welke beide groepen hij regelmatig publiceert. Recente boeken zijn: The Dancing Dead. Ritual and Religion among the Kapsiki/Higi (Oxford UP, 2012), The Forge and the Funeral. The Smith in Kapsiki/Higi Culture (Michigan SUP, 2015) en Tales that Come, Tales that Go; the Transmission of Oral Tradition over Two Generations (Palgrave MacMillan 2016).

Andere plaatsen, andere tijden

Als tijdsbeleving afhangt van de relatie tussen het individu, zijn/haar gemeenschap en fysieke omgeving, dan is het ook gevoelig voor de culturele invulling van die omgeving. Hoe beleven mensen uit andere culturen de tijd? Vanuit zijn ervaringen met Afrikaanse culturen zal Wouter van Beek ingaan op de verschillen in tijdsbeleving tussen Westerse en Afrikaanse samenlevingen. Wat zijn de ‘timescapes’ – zoals dat tegenwoordig wordt genoemd – van lokale Afrikaanse culturen, en hoe verschillen die van de onze? Hoe verhouden noties van tijd zich tot de concepten en rituelen van lokale Afrikaanse religies? Een dergelijke oefening in het bezien van de tijd door de ogen van de ander, leidt tot een nieuwe blik op onze eigen ervaring en perceptie van tijd.

  1. Maandag 20 maart 2017

Drs. Bas Nabers

Bas Nabers studeerde filosofie en geschiedenis in Groningen, Nijmegen, Tübbingen en Berlijn. Na een kort verblijf als gids in Lapland, doceert hij sinds 2014 onder andere voor De Vrije Academie en de HOVO. Hij won verschillende essayprijzen en publiceert zowel in academische tijdschriften als in tijdschriften, gericht op een breder publiek, bijvoorbeeld over tijd en vergankelijkheid. Verder werkt hij als Medewerker Visie bij het Humanistisch Verbond in Amsterdam.

Tijd om te beginnen

Wezenlijk voor ons mens-zijn is het vermogen om onze weg te herontdekken, om telkens opnieuw betekenisvolle levensmogelijkheden te openen en realiseren. ‘De mens,’ schreef Hannah Arendt, ‘hoewel hij uiteraard moet sterven, wordt niet geboren om te sterven, maar om te beginnen’.

In zijn lezing gaat Bas Nabers na welke omgang met, of welke ervaring van, de tijd dit ‘beginnen’ veronderstelt en hoe die tijdservaring zich verhoudt tot de onvermijdelijke ervaring van ‘eindigheid’. Zowel onze ‘eindigheid, als onze ‘nataliteit’ (het vermogen om te beginnen) herinneren aan de onvoorspelbare kant van ons bestaan in de tijd. Bas Nabers zal menselijke vrijheid daarom niet duiden als een zeggenschap óver de tijd, maar als een open omgang daarmee. Daarbij verweeft hij filosofie met persoonlijke anekdotes.

  1. Maandag 24 april 2017

Dr. Ida Sabelis

Ida Sabelis is Universitair Hoofddocent aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de VU, afdeling organisatiewetenschappen. Samen met Willem Koot schreef zij Over-Leven aan de top’ (2000), een verkenning van het leven en de opvattingen onder topmanagers in de late jaren negentig.

Recentelijk onderzoekt zij tijd in relatie tot (sociale) duurzaamheid: langetermijneffecten van werken en leven, specifiek bij gendervraagstukken, diversiteit, in- en uitsluitingsprocessen en macht (o.a. ook in samenwerking met collega‘s uit Afrika, Indonesië en diverse Europese landen).

In voorbereiding is een boek over de crisis in het huidig hoger onderwijs (Academia in Crisis, Brill Publishers. met een voorwoord van Zygmunt Bauman).

Nieuwe tijdkooitjes: over efficiëntie als symboolbegrip en het nieuwe werken

Tijd brengt ordening aan … en wij gebruiken haar om ordening en afstemming überhaupt te kunnen denken (vrij naar Elias, 1983). Daarmee heeft tijd als sociaal construct voor een belangrijk deel bijgedragen aan onze ‘moderne’ samenleving en haar mogelijkheden, vooral die op het gebied van werk en productie, van de manufacturen via het Taylorisme tot ‘het nieuwe werken’ met als gezamenlijke boodschap: het kan altijd nog efficiënter. En als het kan, duurt het niet lang voordat het moet, en de nieuwe snelheid norm wordt.

Een van de verschijnselen die zich lenen om de vaak gespannen relatie tussen tijdbeleving en tijdbesteding te illustreren is ‘het nieuwe werken’: een naar ruimte en tijd nieuwe ordening en inrichting van werkruimtes die flexibilisering en een beter gebruik van tijd en ruimte met zich mee zou brengen. Maar hoeveel efficiënter en flexibeler willen we werken? En voor wie? Welke onbedoelde gevolgen brengt doorlopende beschikbaarheid met zich mee? En wat als we, al werkend, als het ware de lichtsnelheid in werktempo bereikt hebben? Tijd voor een verkenning van die nieuwe systemen in relatie tot de vermeende vrijheid die flexibel werken lijkt te bieden.

 

Informatie

Plaats: Huize ‘Het Oosten’

Rubenslaan 1-3 in Bilthoven.

De lezingen beginnen om 20.00 uur en duren tot omstreeks 22.15 uur. De zaal is open vanaf 19.30 uur.

Toegangsprijzen: Abonnement voor deelname aan de gehele cyclus:

– één persoon                                € 40,00

– echtpaar/partners                        € 62,50

Bijdrage voor één avondbijeenkomst per persoon:              € 10,00

(alléén aan de zaal verkrijgbaar)

Deelname: Voor een abonnement kunt u zich opgeven door overmaking van het verschuldigde bedrag op rekening:

NL63 INGB 0000 1839 62

t.n.v.: Penn.Bilth.Kring Leusden.

Vermeldt u bij overboeking a.u.b. duidelijk uw naam en adres, of dat van degene voor wie wordt betaald, indien dit een ander betreft!

Na ontvangst van uw betaling wordt u een deelnemerskaart op naam toegestuurd. (Echt-)paren ontvangen gezamenlijk één kaart.

Bestuur Bilthovense Kring

 secretariaat:

Wim van Werkhoven

telefoon: 030-6914239

e-mail: wvanwerkhoven@kpnmail.nl

public relations:

Johanna van Nieuwstadt-van Hooff

Frans Halslaan 93

3723 EC Bilthoven

telefoon: 030-2284690

penningmeester:

Eric van Kregten

Pelmolenhof 4

3833 KV Leusden

telefoon: 033-4940663

vaste leden:

Hans Kartman

Warrie Schuurman

———————————————————————————————
BEKNOPT PROGRAMMA

CYCLUS 2016-2017:

Leef – Tijd

  1. Maandag 24 oktober 2016

Drs. Henning Zorn.

Tijd en cultuur.

  1. Maandag 14 november 2016

Prof. Dr. Gerard ’t  Hooft

Tijd in de natuurwetenschappen.

  1. Maandag 12 december 2016

Prof. dr. Paul van Tongeren

Lijden aan het verstrijken van de tijd.

  1. Maandag 9 januari 2017

Dialoogavond:

Brainstormen over het thema voor het volgende seizoen.

  1. Maandag 23 januari 2017

Prof. dr. Maarten van Buuren

Tijd en zijn.

 

  1. Maandag 20 februari 2017.

Prof. dr. Wouter van Beek

Andere plaatsen, andere tijden.

  1. Maandag 20 maart 2017

Drs. Bas Nabers

Tijd om te beginnen.

  1. Maandag 24 april 2017

Dr. Ida Sabelis

Nieuwe tijdkooitjes: over efficiëntie als symboolbegrip en ‘het nieuwe werken.’

 Uitgave Bilthovense Kring voor Wijsbegeerte en Psychologie